De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf van het kind [kind 1] en de vaststelling van de kinderbijdrage. De ouders waren het eens geworden over het hoofdverblijf van beide kinderen: [kind 1] verblijft bij de vader en [kind 2] bij de moeder. Tevens werd overeenstemming bereikt over de verdeling van de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de kosten van verzorging en opvoeding.
De procedure kende meerdere schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling waarbij de vader wegens ziekenhuisopname niet aanwezig was. De minderjarige [kind 1] heeft zijn mening kenbaar gemaakt aan de kinderrechter. De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming waren betrokken en gaven hun inzichten over de situatie en het belang van duidelijke afspraken.
De moeder had aanvankelijk verzocht om het hoofdverblijf van [kind 1] bij haar te plaatsen en een kinderbijdrage vast te stellen, maar trok dit verzoek in gezien de bereikte overeenstemming. De rechtbank heeft het ouderschapsplan gewijzigd en de kinderbijdrage met ingang van 1 maart 2025 op nihil gesteld. Tevens is bepaald dat [kind 1] op de zorgpolis van de vader wordt bijgeschreven. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.