De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage voor het oudste kind uit een beëindigde relatie. De vader vroeg verlaging van de bijdrage vanwege zijn inkomen op bijstandsniveau en het feit dat hij nu vader is van drie kinderen. De moeder verzocht juist een verhoging vanwege het fulltime werk van de vader en extra kosten voor het kind.
Uit de stukken en zitting bleek dat de vader sinds maart 2024 fulltime werkt en structureel overwerk verricht, wat de rechtbank meerekent in de draagkracht. De moeder leverde een behoefteberekening aan voor alle kinderen, die door de rechtbank werd gevolgd. De rechtbank wees de zorgkorting af omdat de vader al ruim acht jaar geen contact heeft met het kind.
De rechtbank stelde vast dat de draagkracht van de vader hoger is dan hij stelde en dat het overwerk niet tijdelijk is aangetoond. De draagkracht van de moeder en de partner van de vader werden ook meegenomen. Uiteindelijk werd de kinderbijdrage voor het oudste kind vastgesteld op €300 per maand met ingang van 1 april 2024. Het verzoek van de vader tot verlaging werd afgewezen.