Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- spreekaantekeningen van [eiser]
Rechtbank Limburg
De werknemer is sinds 2008 in dienst bij Gourmand Pastries NL B.V. en heeft in februari 2022 een addendum op zijn arbeidsovereenkomst gesloten waarin een eenmalige indexatie van het salaris per 1 januari 2023 is opgenomen, gebaseerd op de cao van de industriële bakkerij. De werknemer vordert dat ook latere cao-verhogingen vanaf 1 juli 2023 en 1 juli 2024 worden toegepast, met betaling van achterstallig loon en rente.
De werkgever betwist dat partijen zijn overeengekomen dat alle cao-verhogingen automatisch gevolgd moeten worden en stelt dat het addendum slechts een eenmalige indexatie betreft. De kantonrechter oordeelt dat het woord 'per' in het addendum anders moet worden uitgelegd dan 'met ingang van' en dat de context en onderhandelingen wijzen op een eenmalige aanpassing.
De kantonrechter weegt mee dat de werknemer tijdens de onderhandelingen niet heeft gevraagd om periodieke indexering en dat de werkgever de koopkrachtontwikkeling wel in de gaten houdt en indien nodig het salaris aanpast, zoals ook is gebeurd per 1 januari 2024. De vordering wordt daarom afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen omdat de cao-indexatie slechts een eenmalige verhoging betreft.