In deze civiele zaak vordert een hoofdaannemer betaling van een onderaannemer voor een derde van de herstelkosten van vochtproblemen bij een utiliteitsbouwproject. De hoofdaannemer had een overeenkomst van opdracht met een opdrachtgever en schakelde de onderaannemer in voor werkzaamheden aan een aanbouw met kelder. Na constatering van lekkages werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf, waarvan de kosten door de hoofdaannemer zijn voorgeschoten.
De hoofdaannemer stelt dat er een afspraak was dat de onderaannemer een derde van de herstelkosten zou dragen. De onderaannemer betwist zowel de gebrekkige uitvoering van zijn werkzaamheden als het bestaan van een dergelijke afspraak. Tevens is niet vast komen te staan dat de onderaannemer persoonlijk in gebreke is gesteld, aangezien communicatie via een derde verliep zonder bewijs van vertegenwoordiging.
De kantonrechter oordeelt dat de hoofdaannemer onvoldoende heeft onderbouwd dat de schade door de onderaannemer is veroorzaakt en dat er geen rechtsgeldige ingebrekestelling heeft plaatsgevonden. Ook is de vermeende afspraak niet aannemelijk gemaakt. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt de hoofdaannemer veroordeeld in de proceskosten.