Uitspraak
1.De procedure
- de producties van Adidas;
- de mondelinge behandeling van 3 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnotitie van Adidas.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De werknemer is sinds januari 2023 arbeidsongeschikt en heeft sinds februari 2024 een re-integratietraject doorlopen. In augustus 2024 werden voorstellen gedaan voor een performanceplan of vaststellingsovereenkomst, die de werknemer niet accepteerde. In oktober 2024 adviseerde de bedrijfsarts om de re-integratie voort te zetten met mogelijke inzet van een mediator. Adidas stelde mediation voor, maar de werknemer gaf geen onvoorwaardelijke instemming, waarna Adidas in december 2024 een loonstop aankondigde en vanaf januari 2025 het loon opschortte.
De werknemer vorderde in kort geding doorbetaling van loon vanaf december 2024. De kantonrechter oordeelde dat in kort geding geen deskundigenverklaring vereist is en dat de eerdere medische adviezen als uitgangspunt gelden. De kernvraag was of de werknemer in redelijkheid kon worden gevraagd deel te nemen aan mediation. De bedrijfsarts had geadviseerd gesprekken voort te zetten, ook met een onafhankelijke derde.
De kantonrechter stelde vast dat mediation vrijwillig is, maar dat de werkgever redelijkerwijs medewerking mocht verwachten gezien het advies van de bedrijfsarts. De werknemer had de mediation bij voorbaat afgewezen en geen bereidheid getoond om het proces te onderzoeken. Daarom was de loonstop terecht. De vordering tot doorbetaling van loon werd afgewezen, en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen omdat zij onredelijk weigerde deel te nemen aan mediation, waardoor de loonstop door de werkgever terecht was.