ECLI:NL:RBLIM:2025:3497
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verhoging Wajong-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij de ingangsdatum van de verhoging van zijn Wajong-uitkering naar 75% van het minimumloon is vastgesteld op 30 januari 2019. Eiser betoogt dat deze datum eerder had moeten liggen en dat hij ten onrechte niet is gehoord.
De rechtbank stelt vast dat het UWV voldoende pogingen heeft gedaan om eiser en zijn gemachtigde te horen, waaronder het plannen van een telefonische hoorzitting die niet werd bijgewoond. De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat eiser geen gebruik heeft gemaakt van de geboden mogelijkheid tot hoorzitting.
Ten aanzien van de ingangsdatum overweegt de rechtbank dat eiser vanaf 1 januari 2018 een lagere uitkering ontving omdat toen werd vastgesteld dat hij arbeidsvermogen had. De herbeoordeling in 2020 leidde tot een verhoging van de uitkering met ingang van 30 januari 2019, een datum die door de verzekeringsarts bezwaar en beroep als aannemelijk wordt beschouwd. Eiser heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om een eerdere ingangsdatum te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht de ingangsdatum op 30 januari 2019 heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van de ingangsdatum van de verhoging van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.