ECLI:NL:RBLIM:2025:3554
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening uitbreiding individuele begeleiding Wmo2015 na verlies partner en vrijwilligerswerk
Verzoeker, met een licht verstandelijke beperking en een IVA-uitkering, heeft sinds augustus 2024 een indicatie voor individuele begeleiding van 150 minuten per week. Na het plotselinge overlijden van zijn partner en het wegvallen van zijn vrijwilligerswerk vroeg hij om een tijdelijke uitbreiding van deze begeleiding om terugval in alcoholgebruik te voorkomen en ondersteuning te krijgen bij rouwverwerking en dagelijkse structuur.
Verweerder besloot de indicatie tijdelijk te verhogen naar 210 minuten per week voor een korte periode, daarna terug te brengen naar 150 en vervolgens 80 minuten per week. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afbouw en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het onderzoek van verweerder onvoldoende was, met onvoldoende aandacht voor het verlies van mantelzorg en de steun van zijn partner. Ook was onvoldoende onderzocht of mantelzorgers de begeleiding adequaat konden overnemen. De voorzieningenrechter besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen en de begeleiding tijdelijk te verhogen naar 240 minuten per week.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is bindend voor de duur van de bezwaarprocedure en staat geen hoger beroep toe.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker recht heeft op 240 minuten individuele begeleiding per week tot de beslissing op bezwaar.