ECLI:NL:RBLIM:2025:3638

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
11425996 \ CV EXPL 24-5940
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 7:11 BWArt. 7:26 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering Billink wegens onvoldoende bewijs van bestelling en ontvangst

Billink Finance B.V. vordert betaling van €137,01 van [gedaagde], bestaande uit hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente, voortvloeiend uit een koopovereenkomst via de webwinkel The Store Woerden waarbij achteraf betalen was gekozen.

[gedaagde] betwist de bestelling te hebben geplaatst en stelt dat haar grootmoeder op haar naam fraude heeft gepleegd door bestellingen te plaatsen en te ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat Billink onvoldoende heeft gesteld en bewezen dat [gedaagde] de bestelling heeft geplaatst en ontvangen. De enkel overgelegde bestelbevestiging en factuur, gericht aan het adres van de grootmoeder, zijn onvoldoende. Op grond van artikel 7:11 BW Pro rust de bewijslast van ontvangst bij Billink, die dit niet heeft kunnen aantonen.

Daarom wordt de vordering afgewezen, inclusief de nevenvorderingen zoals buitengerechtelijke kosten en rente. Billink wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld omdat [gedaagde] in persoon procedeerde zonder advocaatkosten op te voeren.

Uitkomst: De vordering van Billink wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bestelling en ontvangst door de gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11425996 \ CV EXPL 24-5940
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
BILLINK FINANCE B.V. H.O.D.N. BILLINK,
gevestigd te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties, genummerd 1 tot en met 5
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek met producties, genummerd 5 tot en met 9
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Billink vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 137,01, bestaande uit € 92,76 aan hoofdsom, € 40,00 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten en € 4,25 aan vervallen wettelijke rente, vermeerderd met de wettelijke rente over € 92,76 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling, alsmede [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] voert verweer.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
3.1.
Billink stelt dat [gedaagde] met de webwinkel The Store Woerden een koopovereenkomst op afstand heeft gesloten en daarbij heeft gekozen voor de optie om achteraf te betalen. Billink geeft uitvoerig aan hoe het bestelproces werkt en welke stappen daarvoor doorlopen moet worden. Om een bestelling te kunnen plaatsen, moeten er meerdere persoonsgegevens worden aangeleverd. De verkoper is afhankelijk van de gegevens die door de koper worden aangeleverd en deze kunnen niet op juistheid gecontroleerd worden. De bestelling is - achteraf gebleken na raadpleging BRP - bij de grootmoeder van [gedaagde] geleverd, zijnde het adres dat ook is aangeleverd. De webwinkel heeft haar vordering op [gedaagde] door middelvan cessie aan Billink overgedragen.
3.2.
[gedaagde] betwist een bestelling te hebben geplaatst bij voormelde webwinkel. Zij heeft ook niets ontvangen. Het adres van bezorging is het adres van haar grootmoeder. [gedaagde] stelt dat haar grootmoeder op haar naam bestellingen heeft gedaan en fraude heeft gepleegd.
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van Billink moet worden afgewezen. Voor dit oordeel is het volgende van belang.
Op Billink rust de verplichting om voldoende te stellen en te onderbouwen dat [gedaagde] een bestelling heeft geplaatst bij voormelde webwinkel. Ook dient Billink hiervan bewijs te overleggen. Ze heeft in dit kader alleen de bestelbevestiging en een factuur overgelegd, waarbij wordt opgemerkt dat deze factuur is gesteld op het adres van de grootmoeder van [gedaagde] . Daarnaast is de enkele stelling dat Billink afhankelijk is van de gegevens die door de koper bij het plaatsen van de bestelling zouden zijn ingevoerd, onvoldoende. Dit is een te algemene uitleg van het bestelproces. Gelet op de betwisting van [gedaagde] een bestelling te hebben geplaatst, heeft Billink haar stelling, dat een overeenkomst is gesloten tussen The Store Woerden en [gedaagde] , onvoldoende onderbouwd.
3.4.
Bewijs dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen, is evenmin aangeleverd. Omdat [gedaagde] betwist dat zij de bestelling heeft ontvangen en dat zij daarom niet hoeft te betalen, zou zij op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro hier de bewijslast van dragen. In dit geval geldt daar echter een uitzondering op. Op grond van artikel 7:11 BW Pro gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaak heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld dat de consument daadwerkelijk de zaak in handen heeft gekregen. De verkoper is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan de consument. Op Billink rust daarom de bewijslast van de stelling dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Verder dient op grond van artikel 7:26 lid 2 BW Pro de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Nu [gedaagde] betwist dat zij de bestelling heeft ontvangen, betwist zij ook de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Billink om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling wel ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen. Billink heeft erkend dat de bestelling is bezorgd op het adres van de grootmoeder van [gedaagde] . Aldus is de bestelling niet bij [gedaagde] afgeleverd. De conclusie is daarom dat [gedaagde] de factuur niet hoeft te betalen. De gevorderde hoofdsom zal dan ook worden afgewezen. Nu de hoofdvordering van Billink wordt afgewezen, zullen de daarmee verband houdende nevenvorderingen (buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente) eveneens worden afgewezen.
3.5.
Billink wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. [gedaagde] wenst dat Billink haar advocaatkosten betaalt. [gedaagde] procedeert in persoon en heeft geen stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat zij advocaatkosten heeft gemaakt. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van Billink af,
4.2.
veroordeelt Billink in de proceskosten vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.
CJ