ECLI:NL:RBLIM:2025:3884
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering huurder wegens muizenplaag in gehuurde woning
De huurder vordert in kort geding een machtiging om zelf de muizenplaag in haar gehuurde woning te bestrijden op kosten van de verhuurder, een voorschot op huurprijsvermindering, tijdelijke vervangende woonruimte en een voorschot op gevolgschade. De verhuurder betwist de ernst van de muizenplaag, de bouwkundige oorzaak en de kostenverantwoordelijkheid.
De kantonrechter stelt vast dat het bestrijden van ongedierte in beginsel een kleine herstelling is die voor rekening van de huurder komt, tenzij sprake is van noemenswaardige kosten en een bouwkundige oorzaak. De huurder heeft onvoldoende concrete feiten en bewijs geleverd dat de muizenplaag ernstig is, het gevolg van de bouwkundige staat van het gehuurde en dat de bestrijding niet zonder noemenswaardige kosten kan.
De door de huurder ingeschakelde ongediertebestrijder rapporteerde een noodsituatie maar ook dat het probleem relatief eenvoudig en goedkoop kan worden opgelost. De verhuurder heeft maatregelen genomen en een ongediertebestrijder ingeschakeld. Er is geen eenduidig bewijs van onbewoonbaarheid of ernstige muizenplaag.
De kantonrechter oordeelt dat in kort geding geen nader feitenonderzoek kan plaatsvinden en dat onvoldoende aannemelijk is dat de verhuurder gehouden is tot herstel. Daarom worden de vorderingen van de huurder afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een ernstig bouwkundig gebrek en onbewoonbaarheid.