Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw Pro, gedeponeerd op 22 juli 2024;
- het stemverslag met bijlagen ex artikel 382 Fw Pro, gedeponeerd op 20 maart 2025:
- het verzoekschrift met bijlagen van 20 maart 2025;
- de beschikking van 24 maart 2025, inhoudende dagbepaling behandeling
- namens BBN Business Improvement (BBN): [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] ;
- namens de Rabobank: [naam 6] en [naam 7] .
2.De feiten
3.Het akkoord en de stemming
4.Het verzoek
5.De beoordeling
- de onderneming van verzoekster in de toestand verkeert waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat zij met het betalen van haar schulden niet zal kunnen voortgaan (artikel 384 lid 2 sub a jo Pro. artikel 370 lid 1 Fw Pro);
- alle schuldeisers op wie het akkoord betrekking heeft, tijdig voorafgaand aan de stemming daarvan in kennis zijn gesteld en op de juiste wijze op de hoogte zijn gebracht van de behandeling van het homologatieverzoek (artikel 384 lid 2 sub b jo Pro. artikel 381 lid 1 en Pro artikel 383 lid 5 Fw Pro);
- de informatie die in het akkoord en de bijlagen is opgenomen toereikend was en de stemming correct is uitgevoerd (artikel 384 lid 2 sub c jo Pro artikel 375 en Pro 381 Fw);
- de schuldeisers op een correcte wijze zijn onderverdeeld in klassen (artikel 384 lid 2 sub c jo Pro. artikel 374 Fw Pro);
- de schuldeisers voor het juiste bedrag tot de stemming zijn toegelaten (artikel 384 lid 2 sub e Fw Pro);
- de nakoming van het akkoord voldoende is gewaarborgd (artikel 384 lid 2 sub e Fw Pro);
- er andere redenen zijn om de homologatie af te wijzen (artikel 384 lid 2 sub Pro i).