VGZ Zorgverzekeraar N.V. heeft een procedure aangespannen tegen een verzekerde wegens niet-betaalde zorgpremies en bijkomende kosten. De vordering betreft achterstallige premies over meerdere maanden, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De verzekerde erkent de betalingsachterstand maar voert onduidelijkheid aan over de betalingsregelingen en betwist de noodzaak van verdere betalingen.
De rechtbank heeft de verzekeringsvoorwaarden en relevante wetgeving getoetst, waaronder het consumentenrecht en de Richtlijn oneerlijke bedingen. De zorgverzekeringsovereenkomst en de toepasselijke voorwaarden zijn ambtshalve beoordeeld op eerlijkheid, waarbij de rente- en incassokostenbedingen als rechtmatig zijn aangemerkt.
De rechtbank concludeert dat VGZ haar vordering voldoende heeft onderbouwd en dat de verzekerde geen tegenverweer heeft gevoerd tegen de hoofdsom en rente. De buitengerechtelijke incassokosten zijn eveneens toegewezen, omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan. Na verrekening van deelbetalingen wordt een bedrag van €1.394,60 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 juli 2024. De verzekerde wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten.