CZ Zorgverzekeringen vordert betaling van zorgpremies van gedaagde over de periode 8 april 2022 tot en met 31 december 2023. Gedaagde was van 23 december 2021 tot en met 7 april 2022 in detentie, waardoor de betalingsverplichting voor die periode volgens de Zorgverzekeringswet is opgeschort.
Na detentie herleeft de verzekering en daarmee de betalingsplicht. Gedaagde was onaangenaam verrast door een onaangekondigde afschrijving van € 3.200,07 eind 2023, die hij heeft laten storneren. De kantonrechter oordeelt dat het op de weg van CZ lag om vooraf te informeren, maar dat dit niet afdoet aan de betalingsverplichting van gedaagde.
Hoewel het bedrag hoog is, heeft CZ meerdere malen een betalingsregeling aangeboden die gedaagde niet heeft aanvaard. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de premies, rente en incassokosten, alsmede de proceskosten.