Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg, locatie Maastricht, hierna te noemen: de raad.
1.Het verloop van de beide procedures
21 oktober 2024;
21 oktober 2024;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kinderen in het kader van een lopende echtscheidingsprocedure. De moeder was medio september 2024 zonder toestemming van de vader met de minderjarige kinderen verhuisd naar een andere woonplaats. De vader verzocht de rechtbank om de moeder te verbieden om met de kinderen te verhuizen en haar te bevelen terug te keren naar de voormalige echtelijke woning.
De rechtbank overwoog dat de moeder onvoldoende noodzaak en voorbereiding voor de verhuizing had aangetoond. De moeder had niet aangetoond dat de echtelijke woning daadwerkelijk te koop stond of dat zij geen passende woonruimte in de oorspronkelijke regio kon vinden. Ook de medische situatie van een van de kinderen, die pas na de verhuizing bekend werd, rechtvaardigde de verhuizing niet. De moeder handelde eigenmachtig en in strijd met het gezamenlijke gezag, zonder toestemming van de vader of de rechter.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen bij stabiliteit en vertrouwde omgeving zwaarder woog dan de belangen van de moeder. De moeder werd veroordeeld om binnen een maand na betekening terug te verhuizen naar de voormalige echtelijke woning, onder verbeurte van een dwangsom. Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen werd afgewezen. De voorlopige voorzieningen werden eveneens afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De moeder moet binnen een maand met de minderjarige kinderen terugverhuizen naar de voormalige echtelijke woning onder verbeurte van een dwangsom.