Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser] .
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder de ontruiming van een woonruimte wegens een huurachterstand van tien maanden en overlast veroorzaakt door de huurder. De huurder erkent de huurachterstand, maar betwist de hoogte van de servicekosten en stelt dat gebreken aan de woning hem noopten te stoppen met betalen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand voldoende aannemelijk is en dat de gebreken niet zijn onderbouwd, waardoor opschorting van huur niet gerechtvaardigd is. De huurprijs wordt vastgesteld op € 698,00 per maand. Daarnaast is sprake van overlast, maar dit speelt een ondergeschikte rol gezien de omvang van de huurachterstand.
De ontruiming wordt toegewezen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Vergoedingen voor buitengerechtelijke incassokosten, ontruimingskosten en gemiste huur na ontruiming worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of formele tekortkomingen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand met rente en proceskosten.