Uitspraak
- [naam 1] en [naam 2] namens De Duurzame Jongens, bijgestaan door mr. Houben-Timmermans.
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser loonbetaling vanaf 17 april 2025 en wedertewerkstelling conform medische beperkingen. De Duurzame Jongens stelt dat de arbeidsovereenkomst op die datum van rechtswege is geëindigd vanwege het verstrijken van een voor bepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst van zes maanden, waarvan de beëindiging tijdig is aangezegd.
De kern van het geschil is of de derde arbeidsovereenkomst daadwerkelijk door eiser is ondertekend. Dit is van belang omdat deze ondertekening dwingende bewijskracht heeft voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Eiser ontkent echter de handtekening, waardoor nadere bewijslevering noodzakelijk is.
De kantonrechter oordeelt dat in kort geding geen plaats is voor bewijslevering en dat de bewijslast bij De Duurzame Jongens ligt. Gezien de aangevoerde standpunten acht de rechter de kans dat De Duurzame Jongens in de bodemprocedure slaagt niet onaannemelijk. Daarom is onvoldoende aannemelijk dat de vorderingen van eiser in een bodemprocedure zullen slagen.
Daarnaast is sprake van een restitutierisico omdat loon in beginsel wordt uitgegeven. Daarom worden de vorderingen afgewezen. Eiser is arbeidsongeschikt en kan op grond van artikel 7:629a lid 6 BW niet worden veroordeeld in proceskosten, tenzij sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, wat niet is vastgesteld. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de loonvordering en vordering tot wedertewerkstelling af wegens onvoldoende aannemelijke kans van slagen in de bodemprocedure.