Op 21 oktober 2024 stichtte de verdachte brand in zijn woning te Geleen door brandend papier in aanraking te brengen met de meterkast, wat leidde tot brand en gevaar voor omliggende woningen en personen. De verdachte bekende het feit, maar ontkende het demonteren van de gasmeter wegens gebrek aan bewijs.
Deskundigen stelden vast dat de verdachte leed aan een ernstige depressieve stemmingsstoornis met psychotische kenmerken ten tijde van het feit, waardoor hij geen controle had over zijn gedrag. De rechtbank concludeerde dat deze stoornis zijn strafbaarheid volledig uitsluit en sprak hem vrij van alle rechtsvervolging.
Hoewel de psychiater een terbeschikkingstelling met voorwaarden adviseerde vanwege impulsiviteit en risico op zelfbeschadiging, vond de rechtbank dat de veiligheid van anderen niet in het geding was en dat vrijwillige behandeling passend is. De verdachte werkt inmiddels mee aan behandeling en vertoont ziektebesef.
De rechtbank oordeelde dat het bewezenverklaarde feit strafbaar is, maar dat de verdachte niet strafbaar is vanwege zijn geestesstoornis. Daarom werd hij ontslagen van alle rechtsvervolging en vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.