ECLI:NL:RBLIM:2025:592

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
C/03/337558 / FA RK 24-3595
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 lid 4 BWArt. 1:20a lid 1 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging van voornamen minderjarige wegens zwaarwichtig belang ouders

De rechtbank Limburg behandelde op 17 januari 2025 het verzoek van ouders tot wijziging van de voornamen van hun minderjarige kind, geboren in 2024. De ouders wensten de derde en vierde voornaam van het kind te laten schrappen, omdat deze namen verwijzen naar tantes waarmee een conflict is ontstaan en waar geen contact meer mee is.

De ouders hebben gezamenlijk het gezag over het kind en hebben het verzoek ingediend op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro, dat de rechter bevoegdheid geeft om op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger een wijziging van de voornamen toe te staan indien er een zwaarwichtig belang bestaat. De rechtbank oordeelde dat het belang van de ouders, die hinder en ongemak ervaren door de vernoeming naar familieleden die het contact hebben verbroken, zwaarwichtig genoeg is.

De rechtbank gelastte daarom de wijziging van de voornamen, waarbij de derde en vierde voornaam worden geschrapt, zodat de volledige naam van het kind wordt aangepast. De griffier zal na drie maanden een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand sturen voor de latere vermelding bij de geboorteakte. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open onder voorwaarden.

Uitkomst: Verzoek tot schrapping van de derde en vierde voornaam van de minderjarige wordt toegewezen wegens zwaarwichtig belang.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 17 januari 2025
Zaaknummer: C/03/337558 / FA RK 24-3595
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven in de zaak van:
[verzoekster]en
[verzoeker]
verzoeksters, verder te noemen: de ouders,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C. Simmelink, kantoorhoudend in Maarssen, gemeente Stichtse Vecht.

1.Het verloop van de procedure

Op 20 december 2024 is bij de griffie een verzoekschrift met bijlagen ingekomen.

2.De feiten

Uit het geregistreerd partnerschap tussen de ouders is, voor zover van belang, geboren de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ). [minderjarige] is geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] . De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
De geboorteakte van [minderjarige] is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, aktenummer 100319 van het jaar 2024.

3.Het verzoek

Verzocht wordt de voornaam van [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat de voornamen ‘ [voornaam 1] ’ en ‘ [voornaam 2] ’ worden geschrapt, zodat de volledige naam van [minderjarige] komt te luiden: [minderjarige] .

4.De beoordeling

Artikel 1:4 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen: BW) geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van zijn voornamen. De ouders hebben in hun hoedanigheid als wettelijke vertegenwoordigers van [minderjarige] het verzoek ingediend.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro moet voor een wijziging van de voornamen een voldoende zwaarwichtig belang bestaan.
De rechtbank is van oordeel dat de ouders met de door hen gegeven toelichting voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in het dagelijks leven hinder en ongemak ervaren van de door hen gekozen derde en vierde voornaam van [minderjarige] . [minderjarige] is vernoemd naar de familie van de ouders. De derde en vierde voornaam is een verwijzing naar tante [voornaam 1] en tante [voornaam 2] . In de kraamtijd is er een conflict ontstaan tussen de ouders en de beide tantes. Hoewel de ouders de afgelopen maanden meerdere pogingen hebben ondernomen om het conflict te beëindigen, is dat niet gelukt. Inmiddels is er al zes maanden geen contact meer met de tantes. De ouders hebben geen behoefte dit contact nog te herstellen. Zij achten het niet in het belang van [minderjarige] dat zij vernoemd is naar familieleden die haar in de steek hebben gelaten. De ouders begrijpen niet hoe de tantes [minderjarige] zomaar aan de kant kunnen zetten. Zij zijn boos en willen niet meer worden geconfronteerd met de officiële voornamen van [minderjarige] . De ouders willen daarom dat de voornamen ‘ [voornaam 2] ’ en ‘ [voornaam 2] ’ worden geschrapt.
De rechtbank is van oordeel dat het zwaarwichtig belang bij de verzochte voornaamswijziging voldoende is komen vast te staan. Dat betekent dat het verzoek tot wijziging van de voornaam zal worden toegewezen, in die zin dat de derde en vierde voornaam van [minderjarige] wordt geschrapt.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht in wiens registers de geboorteakte van [minderjarige] voorkomt.

5.De beslissing

De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornamen van [minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , in die zin dat de derde voornaam ( [voornaam 1] ) en vierde voornaam ( [voornaam 2] ) worden geschrapt, zodat de volledige naam komt te luiden: ‘ [minderjarige] ’;
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, dit met het oog op de toevoeging van de latere vermelding betreffende de voornaamswijziging aan de geboorteakte, nummer 100319 van het jaar 2024, van [minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Verhey, griffier op 17 januari 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.