Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 14 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Partijen zijn in 1994 in Iran getrouwd en in 2024 in Nederland gescheiden, maar blijven volgens Iraans religieus recht gehuwd. De vrouw vordert dat de man wordt veroordeeld om mee te werken aan de religieuze echtscheiding bij de Iraanse ambassade en imam in Nederland. De man weigert, onder meer vanwege geestelijke bezwaren en vrees voor gevolgen voor familie in Iran, maar onderbouwt deze niet voldoende.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar vordering vanwege de ernstige beperkingen die het voortduren van het religieuze huwelijk voor haar oplevert. De man heeft geen zwaarwegend belang dat zijn weigering rechtvaardigt.
Daarom wordt de man veroordeeld om binnen drie dagen zijn medewerking te verlenen, onder verbeurte van een gematigde dwangsom. De beslissing is direct uitvoerbaar en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot medewerking aan beëindiging Iraans religieus huwelijk binnen drie dagen onder verbeurte van een dwangsom.