Eiseres huurde sinds 1 januari 2021 een woning van gedaagden. Gedaagden zegden de huur op per 1 januari 2024, maar voldeden niet aan de wettelijke vormvereisten, waardoor de opzegging nietig was en de huurovereenkomst bleef doorlopen.
Eiseres zegde zelf de huur op per 31 december 2023, welke opzegging door gedaagden werd geaccepteerd. Eiseres vorderde onder meer terugbetaling van de waarborgsom, een verhuiskostenvergoeding en schadevergoeding wegens de nietige opzeggingsbrief.
De kantonrechter oordeelde dat de gevorderde verhuis- en schadevergoeding niet toewijsbaar waren omdat geen sprake was van dringend eigen gebruik. De waarborgsom mocht slechts worden verminderd met beperkte herstelkosten en een eindafrekening voor gas, water en licht. De overige vorderingen werden afgewezen.
Gedaagden werden veroordeeld tot terugbetaling van €3.172,46 aan eiseres en tot betaling van proceskosten. De procedure werd voortgezet volgens de dagvaardingsregels na een eerdere procedure via verzoekschrift.