Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
(…)
Rechtbank Limburg
De huurder huurt sinds 2011 een woning en betaalde vanaf 2023 en 2024 niet de volledige huur. De huurcommissie had eerder een tijdelijke huurverlaging vastgesteld vanwege onderhoudsgebreken, die eind 2023 waren verholpen. De huurder betaalde vanaf maart 2024 slechts een deel van de huur wegens vermeende gebreken en overlast, waaronder geluidsoverlast en lekkages.
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de huurachterstand. De huurder betwist de rechtsgeldigheid van huurverhogingen en stelt dat de gebreken een gedeeltelijke huuropschorting rechtvaardigen. De kantonrechter oordeelt dat de huurverhogingen voor 2023 en 2024 niet rechtsgeldig zijn verhoogd en dat de huurprijs voor 2023 tot oktober 285 euro bedroeg, daarna 475 euro.
De kantonrechter stelt dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gebreken en overlast en dat de huuropschorting onterecht is. De huurachterstand bedraagt in totaal 1.770 euro plus wettelijke rente. Gezien de langdurige en ernstige huurachterstand wordt de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen, met een termijn van vier weken om alsnog te betalen en anders binnen twee weken te ontruimen. Proceskosten worden aan de huurder opgelegd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en ontruiming bij niet-betaling binnen vier weken.