Uitspraak
ECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [persoon 1] , persoonlijk begeleider;
- [persoon 2] , hoofdbehandeling, telefonisch aangesloten.
Rechtbank Limburg
Betrokkene heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot beëindiging van de verplichte zorg die op grond van een zorgmachtiging is opgelegd. Hij stelt dat hij voldoende ondersteuning krijgt van een mentor en bewindvoerder en dat hij ambulante hulp op vrijwillige basis wil accepteren. De advocaat van betrokkene benadrukt dat betrokkene de afgelopen periode heeft laten zien dat hij zonder verplichte zorg kan functioneren.
De hoofdbehandelaar en persoonlijk begeleider geven aan dat de zorgmachtiging noodzakelijk blijft om te voorkomen dat betrokkene zich onttrekt aan zorg en terugvalt in middelenmisbruik. Betrokkene vertoont wantrouwen, heeft geen stabiel steunsysteem en erkent niet dat hij zorg nodig heeft, wat leidt tot dagelijkse discussies over zorg.
De rechtbank concludeert dat de doelen van de zorgmachtiging nog niet zijn bereikt en dat de criteria voor verplichte zorg nog steeds gelden. De beperkte zelfstandigheid en het beperkte ziektebesef van betrokkene maken dat tussentijdse beëindiging niet verantwoord is. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van verplichte zorg wordt afgewezen omdat de zorgmachtiging nog noodzakelijk is.