Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
- [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.132156.21
- [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.297715.22
- [medeverdachte 3] met het parketnummer 03.123588.21
- [medeverdachte 4] met het parketnummer 03.133392.21
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
dusop een “beter” tijdstip en “betere” plaats dan op klaarlichte dag en op een drukke openbare weg van het leven kunnen beroven. Als laatste contra-indicatie noemt de rechtbank het gegeven dat [medeverdachte 1] niet onmiddellijk het vuur op [slachtoffer] heeft geopend toen deze nog in zijn auto zat of direct nadat hij uit die auto was gestapt, hetgeen in de rede had gelegen indien [medeverdachte 1] van meet af aan [slachtoffer] had willen doden.
afvurenvan het wapen en daarmee op de eventuele dood van [slachtoffer] . Sterker nog, in de OVC-gesprekken ziet de rechtbank aanleiding te veronderstellen dat de verdachte [medeverdachte 1] juist adviseerde het vuurwapen niet als zodanig te gebruiken. Over een gesprek met [medeverdachte 1] vertelt de verdachte aan een ander: “Weet wat je aan het doen bent. Hij vult hoe heet het. Pik laat die ding leeg. Je wilt die doekoe terug toch? Als je iemand gaat dinge, ga je doekoe niet terugkrijgen broer” en “Gedraag je nou, je gaat niks geks doen, we gaan die mannetje gewoon breken, dus als je wil wat gebruiken, gebruik die achterkant”. Voor zover af te leiden valt uit het bewijs, heeft de verdachte dus zijn bijdrage willen leveren aan het plan [slachtoffer] te laten betalen in geld en/of drugs, ervan uitgaande dat dit met geweld en onder dreiging met het vuurwapen zou kunnen gaan gebeuren. Dat hij meer dan dat voor lief heeft genomen, kan de rechtbank niet vaststellen. Of zoals verdachte zelf zegt in een OVC-gesprek: “Wat gebeurt? Ik ben met [nickname 1] . Ik kijk [nickname 1] zo aan. Je moet denken wij hebben ruzie met [medeverdachte 1] snap je. Hij kijkt mij aan en zegt: “hoe en wat? Zijn we met hem?” Pik ik was de enige die een beetje kon vechten snap je, zo had ik het in mijn hoofd.... en zo hadden hun in het hoofd. En zeggen ja je weet toch, ja kom maar geen probleem we klappen geen stress.”
voorde verdachte gehaald heeft en zo dus als leverancier van het vuurwapen zou hebben te gelden, is echter niet eenduidig vast te stellen.
methem die dinges gehaald”, wat een belangrijk verschil maakt, maar op dat punt heeft het NFI echter geen conclusie met grote, voor de rechtbank doorslaggevende, bewijskracht kunnen geven.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
9.De voorlopige hechtenis
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
Vrijspraak
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde onder feit 2 tot een gevangenisstraf van 6 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 10] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 20.000,- voor geleden affectieschade ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 2. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 20.000,- ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 2. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 135 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 11] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 20.000,- voor geleden affectieschade ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 2. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 20.000,- ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 2. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 135 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 1] toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van € 27.013,50, waarvan € 20.000,- voor geleden affectieschade, ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 2. De schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door (een van) de mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij van een bedrag van € 27.013,50 ter zake van het bewezenverklaarde onder feit 2. Het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2021 tot aan de dag van volledige voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 170 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot betaling;