ECLI:NL:RBLIM:2025:6411
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning beëindigingsvergoeding
Werkgever heeft bij de rechtbank Limburg verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer, die sinds 1992 in dienst is als schooldirecteur. De grond voor het verzoek is een verstoorde arbeidsverhouding waarbij herplaatsing niet mogelijk is. Werknemer heeft verweer gevoerd tegen dit verzoek.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat er geen opzegverboden van toepassing zijn en dat de arbeidsovereenkomst slechts kan worden ontbonden bij een redelijke grond en indien herplaatsing niet mogelijk is. De feiten en omstandigheden zoals aangevoerd door werkgever vormen volgens de kantonrechter een redelijke grond voor ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW.
Er is geen passende andere functie beschikbaar voor werknemer en de ontbinding is niet aan werknemer te wijten. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 oktober 2025, de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij reguliere opzegging zou eindigen, verminderd met de duur van de procedure. Werkgever betaalt een beëindigingsvergoeding van €102.338,30 bruto, inclusief transitievergoeding, waar werknemer mee instemt. De proceskosten worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 oktober 2025 en werknemer ontvangt een beëindigingsvergoeding van €102.338,30 bruto.