Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
proces-verbaal van aangifte van [voogdes] van 13 december 2024staat het volgende gerelateerd [2] :
(de rechtbank begrijpt “Utrecht”)naar Den Haag gegaan en van Den Haag naar Zoetermeer, toen is hij mij daar komen ophalen met z'n fat bike, toen zijn we van Den Haag naar Maastricht gegaan, hotel gepakt. [hotel] hotel tegenover de bios, alleen gedoucht, daarna apart van hem gaan slapen.
verdachte verklaarde tijdens de terechtzitting van 25 juni 2025als volgt:
proces-verbaal van het verhoor van de verdachte van 20 januari 2025staat het volgende gerelateerd [4] :
A: Wat moet ik daar over zeggen. Daar is toch niks fouts aan.
V: Klopt dat wat ze zegt over de verdeling van de dagen en de plaatsen?
A: Ja, ja.
NJ2010/501).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het onder feit 1 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat verdachte gedurende drie jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] ;
- beveelt dat vervangende hechtenis van 7 dagen wordt toegepast voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] (wettelijk vertegenwoordiger: [voogdes] ) niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen;
wijst toede vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 03.247250.24 en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke
gevangenisstraf van 4 weken, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 14 augustus 2024;
heft ophet tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis
met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf.