ECLI:NL:RBLIM:2025:6661
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid wrakingsverzoek na aanvang uitspraak in ondertoezichtstelling minderjarige
In de zaak betreffende het verzoek tot ondertoezichtstelling van een minderjarige heeft de vader, als belanghebbende, tijdens de zitting op 19 juni 2025 de rechter gewraakt. De wrakingskamer ontving het proces-verbaal van wraking op 24 juni 2025 en kreeg van de rechter te horen dat zij niet berustte in het verzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien het pas werd gedaan nadat de rechter was begonnen met het uitspreken van de uitspraak. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een wrakingsverzoek alleen worden gedaan op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten, en dient dit tijdig te gebeuren.
De wrakingskamer stelde vast dat het niet aanvaardbaar is dat een wrakingsverzoek afhankelijk wordt gemaakt van de inhoud van de beslissing en verklaarde het verzoek daarom niet ontvankelijk. Er was geen aanleiding om het verzoek alsnog inhoudelijk te behandelen.
De beslissing werd op 8 juli 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters en bijgestaan door de griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend na aanvang van de uitspraak.