ECLI:NL:RBLIM:2025:6681
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallig loon en vakantiegeld na IVA-uitkering en arbeidsongeschiktheid
De werknemer is sinds 2001 in dienst bij Berner Produkten B.V. en heeft zijn arbeidsduur meerdere malen aangepast. Na ziekmelding in oktober 2023 werd hem een IVA-uitkering toegekend gebaseerd op een 40-urige werkweek, terwijl zijn dienstverband 20 uur betrof. De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, transitievergoedingen en niet opgenomen verlofuren.
De werkgever verrekende de volledige IVA-uitkering met het door te betalen loon, terwijl de werknemer stelde dat slechts de helft verrekend mocht worden. De kantonrechter oordeelde dat de verrekening beperkt moet blijven tot de verhouding van de arbeidsduur, dus de helft van de IVA-uitkering. De loonvorderingen tot en met mei 2025 werden grotendeels toegewezen, met een gematigde wettelijke verhoging van 10% wegens het ontbreken van betalingsonwil.
Vorderingen tot betaling van niet opgenomen verlofuren en transitievergoedingen werden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat deze vorderingen pas opeisbaar zijn bij einde dienstverband. Ook werd een dwangsom afgewezen omdat het om geldvorderingen gaat. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De werknemer krijgt grotendeels achterstallig loon en vakantiegeld toegewezen, maar niet de transitievergoedingen en verlofuren.