Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair), dan wel [slachtoffer 5] heeft opgelicht voor dat geldbedrag (
subsidiair);
primair), dan wel heeft geprobeerd te stelen in de woning van [slachtoffer 9] door middel van een babbeltruc (
subsidiair);
primair), dan wel heeft geprobeerd te stelen in de woning van [slachtoffer 10] door middel van een babbeltruc (
subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
de auditukarakter van de aangifte, de verwarring rondom de datum en het tijdstip alsook de van de verdachte afwijkende uiterlijke kernmerken in het opgegeven signalement, niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte dit feit heeft gepleegd.
Ik hoorde een van de mannen zeggen dat ze dit niet genoeg vonden. Hierop vroeg ik hen hoeveel ze moesten hebben. Ik hoorde een van de twee zeggen dat ze € 500 wilden. Hierop heb ik aangegeven dat ze dat zeker niet kregen. Ik vroeg hen of ze weg zouden gaan op het moment dat ik hun € 250 zou geven. Ze moesten me dan wel beloven dat ze meteen zouden vertrekken. Ik beloofde hen, dat ik dan geen politie zou bellen. Ik hoorde een van hen antwoordden dat ze dit zouden beloven. Ik pakte uit de lade van een kast in de woonkamer € 250. Deze gaf ik aan de ene man en vroeg hen te vertrekken. Ik zag dat ze naar de voordeur liepen. Echter hoorde ik de ene man zeggen dat ik dan wel achter hen aan moest lopen. Dit werd me op een dreigende manier gezegd. Door de dreigende houding liep ik mee. Op het moment dat we samen in de hal aankwamen, hoorde ik de ene man zeggen dat ik mijn slaapkamer in moest. De deur van mijn slaapkamer is gelegen, naast de deur van mijn woonkamer. Ik wist zelf echter dat er een slot met sleutel aan de buitenkant op de slaapkamerdeur zat. Ik antwoordde dan ook dat ik dat niet wilde doen omdat ik me niet laat opsluiten. Hierop hoorde ik de ene man zeggen dat ik dan maar naar mijn stoel moest lopen in de woonkamer. Door hun dreigende houding, dacht ik dat het het beste zou zijn om hun opdracht uit te voeren. Ik voelde op het moment dat ik voor mijn stoel stond, dat ik in mijn stoel werd geduwd. Hierdoor viel ik in mijn stoel. Ik werd door de ene man met een hand, ter hoogte van mijn middenrif geduwd. Deze duw deed me geen pijn. In de tijd dat dit gebeurde heb ik nog geroepen dat ze me maar dood moesten maken. Ik vertelde hen dat dan de politie er zeker achter zou komen wie het geweest waren. Op het moment dat ik in de stoel zat stond de ene man weer naast me. Ik hoorde hem zeggen tegen de andere man dat hij zijn gang kon gaan. Op dat moment wees hij naar de lade waar ik eerder de € 250 uithaalde. De andere man haalde het resterende bedrag van € 500 uit de lade. Hierop renden beide mannen mijn woning uit.
A: Daar komt het stukje casino naar voren. Ik zat in Uden te gokken in het casino. Naast mij zat een man ook te gokken. Die man zei dat ik makkelijk geld kon verdienen en kwam later bij mij thuis. Ik dacht dat is altijd interessant. Op een gegeven moment kwam hij bij mij thuis en zei hij "kom we gaan op pad". Na een tijdje heeft die jongen een man gebeld, die vervolgens beroofd is, met een verhaal over zonnepanelen. Die jongen zei tegen de man dat we voor zonnepanelen kwamen. Uiteindelijk zijn we naar die man toe gegaan en hebben we aangebeld. In eerste instantie ben ik buiten blijven staan bij de meterkast. Die jongen is naar binnen gegaan en riep mij. De man zat op de stoel en de jongen zei dat hij er niet meer vanaf mocht komen en hij zijn geld wilde hebben. De man schrok natuurlijk, de man die beroofd is. Hij schopte de jongen waarna de jongen de man in de stoel duwde. De man vroeg wat wij wilden hebben omdat hij ons dan wel wat kon geven en wij dan weg moesten gaan. Toen heeft die man aangeboden om € 250 te betalen. De man gaf ons € 250. Die jongen zag waar de man het geld pakte. Die jongen zag dat er
A: Ja, ik heb uiteindelijk het geld uit de kast gehaald.
A: Ja. Dat is deze man. Ik ben bij een diefstal geweest.
Ik vond dit vreemd en zei tegen de man dat mijn dochter elke week contant geld voor mij pint wat ik gebruik voor mijn boodschappen. Ik hoorde dat de man zei dat wanneer ik het valse geld zou uitgeven ik daarvoor gestraft zou worden. De man zei dat hij het geld wel wilde komen ophalen om verdere problemen te voorkomen. Ik dacht dat de man van de Thuiszorg was en heb vervolgens de deur voor hem geopend. De man kwam mijn woning binnen en samen gingen wij aan de eettafel in mijn woonkamer zitten. Ik pakte vervolgens twee enveloppen met hierin mijn huishoudgeld en mijn spaargeld. Het huishoudgeld bestond uit biljetten van € 20 en mijn spaargeld bestond uit biljetten van € 50. Het totaalbedrag was ongeveer € 800. Ik zag dat de man het geld uit de enveloppen haalde en het vervolgens bekeek. Ik zag dat de man de biljetten onder de tafel, buiten mijn zicht, met een speciaal apparaatje bekeek. De man zei dat hij met het apparaatje de nummers op de biljetten kon controleren. Ik vond het vreemd dat de man dit onder de tafel deed. De man zei dat het geld allemaal vals was.
De man zei dat hij het geld mee zou nemen en ik het bedrag vanuit de bank op mijn rekening gestort zou krijgen. De man zei dat de bank mijn rekeningnummer wel wist. Ik zei tegen de man dat het al mijn geld was en ik hierdoor weinig geld meer had voor mijn boodschappen. De man zag dat er in mijn portemonnee nog € 10 zat. De man zei dat het € 10 biljet wel echt was en ik dat mocht houden. Op het moment dat de man mijn woning verliet zei hij dat ik met niemand hierover moest praten om onrust in de flat te voorkomen. Dit vond ik erg vreemd. Hierna ben ik eerst verder gaan lunchen. Later bedacht ik mijzelf dat ik in het vreemde verhaal was getrapt en door de man bestolen was. Op dat moment heb ik de politie gebeld.
ze is gebeld door een medewerker van de Rabobank met het verhaal dat er iemand bij de Mediamarkt voor € 7600 spullen wilde afrekenen. Dit vertrouwde de bankmedewerker niet en nam contact op om te controleren of dit klopte. Mijn moeder zei dat dat niet klopte. Er moest een nieuwe pas en pincode geregeld worden en daarvoor moest mijn moeder haar pincode en saldo doorgeven. De pas moest omgewisseld worden en hiervoor zou iemand aan de deur komen. Tijdens het gesprek met de bankmedewerker belde ook iemand aan en mijn moeder heeft de centrale toegangsdeur geopend voor een jongeman die de pinpas bij haar op kwam halen. Via de camera van de intercom heeft mijn moeder de jongen zien staan. Zijn gezicht was niet in beeld door de telefoon die hij ervoor hield. De Rabobank heeft alles geblokkeerd en er is geen geld afgeschreven van de rekening. Dezelfde avond is er iemand van de thuiszorg bij mijn moeder aan de deur geweest. Mijn moeder belde mijn zus hierover die vervolgens meteen naar mijn moeder toe is gegaan. De thuiszorg bleek inderdaad aan de deur te zijn geweest, mijn zus heeft de medewerkster gesproken. Zij gaf aan dat zij omstreeks 16:50 uur een jongeman had aangesproken in de centrale hal, omdat hij daar verloren rondliep. Ze had hem gevraagd of ze hem kon helpen. Hierop gaf de jongen aan dat hij iets op moest halen bij huisnummer [huisnummer 2] , maar dit toch maar niet ging doen. De medewerkster heeft mijn zus een briefje gegeven met hierop haar eigen naam en de naam die zij van de jongen heeft gekregen met telefoonnummer, [naam 6] [telefoonnummer 5] . [42]
de auditukarakter van de aangifte van [slachtoffer 8] niet met zekerheid zou kunnen worden vastgesteld dat de verdachte feit 9 op die datum heeft gepleegd. De rechtbank stelt vast dat wel vaker namens iemand anders aangifte wordt gedaan en dat dit zeker vaker voorkomt in het geval van een aangever die al op leeftijd is ( [slachtoffer 8] was volgens zijn broer ten tijde van de aangifte 85 jaar oud, slecht ter been en slechthorend). Door de verdediging is daarbij niet aangegeven waarom de gestelde
de audituverklaring onbruikbaar en/of onbetrouwbaar zou zijn. Daarbij ziet de rechtbank in de telecomgegevens een objectieve bevestiging dat het tenlastegelegde op 20 oktober 2022 heeft plaatsgevonden, hetgeen maakt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte [slachtoffer 8] op 20 oktober 2022 heeft opgelicht.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende
Meldplicht bij reclassering
- geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
- wijstde vordering tot schadevergoeding van de
benadeelde partij [slachtoffer 1]ter zake van feit 1 en 2
gedeeltelijk toeen veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 6.250, bestaande uit € 4.750 materiële schade en € 1.500 immateriële schade; - bepaalt dat de vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met
- verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde dat deel daarom slechts bij de civiele rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
- legt aan de veroordeelde op
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 66 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- de veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
wijstde vordering tot schadevergoeding van
de benadeelde partij [slachtoffer 2]ter zake van feit 3
toeen veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
- bepaalt dat de vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de veroordeelde op
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 4 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- de veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
- wijstde vordering tot schadevergoeding van de
benadeelde partij [slachtoffer 3]ter zake van feit 4
gedeeltelijk toeen veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 2.000, bestaande uit € 1.500 materiële schade en € 500 immateriële schade; - bepaalt dat de vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de
- wijst het overige deel van de vordering tot schadevergoeding af;
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de veroordeelde op
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 30 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- de veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Benadeelde partij [slachtoffer 4]
- wijstde vordering tot schadevergoeding van
de benadeelde partij [slachtoffer 4]ter zake van feit 5
toeen veroordeelt de veroordeelde hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.900, bestaande uit € 700 materiële schade en € 1.200 immateriële schade; - bepaalt dat de vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de veroordeelde
- legt aan de veroordeelde hoofdelijk op
- bepaalt dat de veroordeelde
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 29 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- de veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Benadeelde partij [slachtoffer 6]
- wijstde vordering tot schadevergoeding van
de benadeelde partij [slachtoffer 6]ter zake van feit 6
toeen veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 6.670, bestaande uit € 6.285 materiële schade en € 385 immateriële schade; - bepaalt dat de vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
- legt aan de veroordeelde op
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 68 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- de veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Benadeelde partij [slachtoffer 5]
- wijstde vordering tot schadevergoeding van
de benadeelde partij [slachtoffer 5]ter zake van feit 7
toeen veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 800, bestaande uit materiële schade; - bepaalt dat de vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de veroordeelde op
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 16 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- de veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Benadeelde partij [slachtoffer 7]
wijstde vordering tot schadevergoeding van
de benadeelde partij [slachtoffer 7]ter zake van feit 8
toeen veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
- bepaalt dat de vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de veroordeelde op
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 17 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- de veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.