Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
in-/uitritten niet onevenredig is.
Rechtbank Limburg
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de aanleg van een in-/uitrit bij hun woningen, welke door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht is geweigerd. De weigering is gebaseerd op de belangen van bruikbaarheid, veiligheid en doelmatigheid van de weg, zoals bepaald in de Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006 (APV).
De rechtbank toetst terughoudend of het college zich op de juiste weigeringsgronden heeft gebaseerd en of deze voldoende zijn gemotiveerd. Het college heeft het advies van het team mobiliteit betrokken, dat stelt dat het verlenen van een in-/uitrit naast het nieuwe fietspad de doorstroming en veiligheid negatief beïnvloedt. De rechtbank acht het aannemelijk dat het fietspad daadwerkelijk wordt aangelegd en bevestigt dat het college de belangen van eisers heeft meegewogen.
Hoewel eisers een legitiem belang bij een oprit aanvoeren, waaronder mobiliteitsproblemen en het plaatsen van een laadpaal, oordeelt de rechtbank dat deze belangen niet zwaarder wegen dan het algemeen belang bij verkeersveiligheid en doelmatigheid. De motivering van het college is voldoende, ondanks dat deze uitgebreider had kunnen zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eisers krijgen geen vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor een in-/uitrit wordt ongegrond verklaard.