ECLI:NL:RBLIM:2025:6971
Rechtbank Limburg
- Wraking
- H.M.J. Quaedvlieg
- J.M.E. Derks
- C.M.J. van de Acker
- Rechtspraak.nl
Beslissing wraking rolrechter wegens vermeende vooringenomenheid ongegrond verklaard
Verzoekster, een besloten vennootschap, heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rolrechter in een civiele dagvaardingszaak. Het verzoek betrof een vermeende vooringenomenheid van de rechter naar aanleiding van een opmerking over de gestelde griep van de bestuurder van verzoekster.
De rechter had geweigerd om een uitstel te verlenen voor het indienen van een conclusie van antwoord, waarbij hij oordeelde dat de door verzoekster gestelde griep van de bestuurder geen klemmende reden was voor uitstel. Verzoekster meende dat de formulering 'de gestelde griep' duidde op vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat procesbeslissingen en de motivering daarvan in principe geen grond voor wraking kunnen vormen, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die objectief een vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. In deze zaak ontbraken dergelijke omstandigheden.
De woorden van de rechter werden uitgelegd als een feitelijke weergave van het door verzoekster gestelde, niet als twijfel aan de ziekte. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rolrechter is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.