Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
CJ
Rechtbank Limburg
De werknemer is sinds november 2024 in dienst als consultant en kreeg in februari 2025 de diagnose sarcoïdose, een ziekte met diverse fysieke en mentale klachten. De werkgever stelde disfunctioneren vast en verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen, disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding.
De werknemer verweerde zich door aan te geven dat zijn functioneren werd beïnvloed door de ziekte en dat de werkgever onvoldoende rekening had gehouden met zijn beperkingen. Ook stelde hij dat de werkgever verzuimde een bedrijfsarts in te schakelen en passende aanpassingen te treffen.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende is vastgesteld of de verwijten verband houden met de ziekte van de werknemer. De werkgever had onvoldoende inzicht in de impact van sarcoïdose en diabetes op het functioneren van de werknemer en had onvoldoende zorgplicht betracht. Er waren geen bijzondere omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen.
Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen. Het voorwaardelijk tegenverzoek van de werknemer om een billijke vergoeding en transitievergoeding toe te kennen werd niet inhoudelijk behandeld. Ook het verzoek tot vergoeding van niet-betaalde uren en proceskosten werd afgewezen, behalve een beperkte proceskostenvergoeding aan de werknemer.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.