Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:7140

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
22 juli 2025
Zaaknummer
11520682 \ CV EXPL 25-644
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsverplichting en vernietiging onredelijk beding in algemene voorwaarden

In deze civiele zaak vordert de stichting Humankind betaling van een openstaande hoofdsom van de gedaagde. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of de informatieverplichtingen en de algemene voorwaarden, waaronder het beding over buitengerechtelijke incassokosten, rechtmatig zijn toegepast.

De rechter oordeelt dat het beding in artikel 17.6 van de algemene voorwaarden onredelijk is omdat het incassokosten verschuldigd stelt zodra de consument in verzuim is, zonder nadere specificatie. Dit beding wordt daarom vernietigd voor zover het incassokosten betreft. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Verder wijst de rechter de vordering tot vergoeding van rente af omdat deze op een te hoog bedrag is berekend. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Uiteindelijk wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag van €957,62 plus wettelijke rente en proceskosten van €689,37. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €957,62 plus wettelijke rente en proceskosten, met vernietiging van het onredelijke incassokostenbeding.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11520682 \ CV EXPL 25-644
Vonnis van 16 juli 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING HUMANKIND,
gevestigd te Vught,
eisende partij,
hierna te noemen: Humankind,
gemachtigde: P.M.F. Otten,
tegen
[gedaagde] ,h.o.d.n.
NOVUM BEWIND EN BUDGETBEHEER, in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam onderbewindgestelde] ,
kantoorhoudende op een geheim adres in de gemeente [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: R. van der Sommen.

1.De verdere procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 april 2025
- de akte van Humankind voor de rol van 30 april 2025
- de akte van [gedaagde] voor de rol van 30 april 2025
- de antwoordakte van Humankind voor de rol van 11 juni 2025
- de antwoordakte van [gedaagde] d.d. 19 mei 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsen: informatie verplichtingen
2.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:
- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met
20% te verminderen
- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit te laten, waarna Humankind in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.
2.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. Beide partijen hebben alleen maar inhoudelijk gereageerd, zodat de inhoud van de aktes bij de beoordeling van het voorgelegde rechtsgeschil buiten beschouwing wordt gelaten.
2.3.
Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 9.916,39 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.
Ambtshalve toetsing: algemene voorwaarden
2.4.
Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter Humankind in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden, waarna [gedaagde] in de gelegenheid zal worden gesteld om een antwoordakte te nemen. Humankind heeft gereageerd bij akte van 30 april 2025 en [gedaagde] bij antwoordakte van 19 mei 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.5.
In de akte heeft Humankind gesteld dat door de vermelding van
“wettelijke grenzen”in artikel 17.6 van de algemene voorwaarden de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten wordt bepaald door hetgeen wordt vermeld in art. 6:96 BW Pro en het Besluit van 27 maart 2012.
Zij is van mening dat voormeld artikel geen oneerlijk beding bevat.
2.6.
[gedaagde] heeft alleen maar inhoudelijk gereageerd, zodat de inhoud van haar akte bij de beoordeling van het voorgelegde rechtsgeschil buiten beschouwing wordt gelaten.
2.7.
De kantonrechter volgt de stellingen van Humankind niet.
In voormeld art. 17.6 staat alleen vermeld dat de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten wordt bepaald door de wettelijke grenzen. De rest van de tekst van het beding sluit niet uit dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument in verzuim is.
In de toelichting van Humankind ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van het beding dan in het tussenvonnis.
2.8.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 17.6 van de algemene voorwaarden voor zover dit beding ziet op buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Rente
2.9.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente (= € 393,27) zal worden afgewezen, omdat Humankind die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend.
2.10.
Nu Humankind niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke data [gedaagde] met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente over de gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (= 20 januari 2025). Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
Conclusie
2.11.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- gesanctioneerde hoofdsom
9.916,39
+
- betalingen
8.958,77
-/-
Totaal
957,62
Proceskosten
2.12.
Gelet op de uitkomst van de procedure, zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten. Nu de vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 957,62 blijft een deel van het griffierecht, zijnde een bedrag van € 174,00 (€ 514,00 -/- € 340,00) voor rekening van Humankind. Het salaris voor de gemachtigde zal worden toegekend op basis van het toegewezen bedrag.
De proceskosten van Humankind worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,87
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
135,00
(1 punt × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
689,37

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Humankind te betalen een bedrag van € 957,62, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 689,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025.
type: JEC