Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De onderbouwing
3.De ontvankelijkheid
4.Het mentorschap
[betrokkene]vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand;
[verzoekster], wonende te [woonplaats 1] , [adres 1] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot instelling van mentorschap door de overste van een congregatie voor een zuster die vanwege haar geestelijke toestand niet in staat is haar belangen zelf waar te nemen. Hoewel de overste formeel niet behoort tot de kring van personen die volgens artikel 1:451 BW Pro een dergelijk verzoek kunnen doen, oordeelde de kantonrechter dat zij ontvankelijk is vanwege de langdurige en hechte band binnen de congregatie en de feitelijke zorgrelatie.
Tijdens de zitting, gehouden op het verblijfadres van de betrokkene, verschenen zowel de betrokkene als de verzoekster. De overste vertegenwoordigt de congregatie en heeft een geschiedenis van leidinggeven en zorg voor de zusters. De zorginstelling erkent haar als gesprekspartner. De rechtbank overwoog dat de wetsgeschiedenis ruimte biedt voor een redelijke interpretatie die de overste ontvankelijk verklaart.
De rechtbank stelde vast dat de betrokkene vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen en wees het verzoek tot mentorschap toe. De overste werd benoemd tot mentor zonder dat zij daarvoor loon zal ontvangen. Het mentorschap geldt ook ten opzichte van derden, waarbij de zorginstelling mogelijk al zorg draagt.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: De rechtbank stelt het mentorschap in en benoemt de overste tot mentor ondanks haar formele niet-ontvankelijkheid.