Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
[slachtoffer 1]bij de
rechter-commissarisvermeldt – onder meer – het volgende: [8]
[slachtoffer 2]bij de rechter-commissaris vermeldt – onder meer – het volgende: [17]
Naar hem. We zeiden eerst dat we het zouden delen, maar na twee dagen zei hij dat hij het geld zou bewaren. Hij zei: “We delen toch alles.” Ik heb er nooit wat van gezien.
ook [getuige 2]heeft gezien dat [slachtoffer 2] niet naar de wc mocht en haar behoefte in de wasbak moest doen. Verder overweegt de rechtbank dat de bewezenverklaring niet in overwegende mate steunt op de tegenover de politie afgelegde verklaring van getuige [getuige 1] . Onder deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek af.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor beide feiten tot een gevangenisstraf van 6 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- legt op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 30.000,00, bestaande uit € 20.000,00 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 30.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 185 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
03-720005-19, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen goed, te weten 1 Apple iPhone XR (goednummer: G1657621);
- onttrekt aan het verkeer het inbeslaggenomen goed, te weten hennep (goednummer: G1657957).