In deze civiele procedure stond de ontbinding van een huurovereenkomst en ontruiming van woonruimte centraal. De oorspronkelijke bewindvoerder was bij verstek veroordeeld tot betaling van huurachterstand, ontruiming en proceskosten. De bewindvoerder kwam tijdig in verzet, waarna een opvolgend bewindvoerder werd benoemd die de procedure voortzette.
Tijdens de mondelinge behandeling op 8 juli 2025 spraken partijen af dat het verstekvonnis bekrachtigd kon worden onder de voorwaarde dat de bewindvoerder de lopende huurtermijnen en gebruikersvergoeding tijdig en volledig betaalt en maandelijks €50 aflost op de achterstand. Servatius zal de ontruiming niet ten uitvoer leggen zolang aan deze voorwaarden wordt voldaan.
De kantonrechter bekrachtigde het verstekvonnis, veroordeelde de bewindvoerder tot betaling van de proceskosten van €339 en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee is een regeling getroffen die de ontruiming uitstelt bij nakoming van de betalingsverplichtingen.