Verzoekster exploiteert sinds 2019 een hondentrimsalon zonder de vereiste omgevingsvergunning, wat een overtreding vormt van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet. Het college legde een last onder dwangsom op met een beëindigingstermijn tot 15 juni 2025. Verzoekster stelde dat de trimsalon een aan huis gebonden beroep is en dat er concreet zicht op legalisatie bestaat vanwege een ingediend initiatiefplan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college terecht de trimsalon kwalificeert als een consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteit waarvoor een vergunning vereist is. Hoewel de overtreding is vastgesteld, is er geen concreet zicht op legalisatie omdat geen aanvraag om vergunning is ingediend. Wel acht de voorzieningenrechter bijzondere omstandigheden aanwezig die handhaving met onmiddellijke ingang onevenredig maken.
De trimsalon bestaat al jaren zonder handhaving, de overlast is beperkt en de eigenaar heeft aangegeven per 1 oktober 2025 te stoppen vanwege verkoop van de woning. Daarom wordt de begunstigingstermijn verlengd tot die datum. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.