Uitspraak
1.Inleiding
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met productie;
- de conclusie van dupliek met producties.
Rechtbank Limburg
Op 22 maart 2022 kocht eiser een hond van gedaagde. Na aankoop bleek dat de hond leed aan heupdysplasie en een spierziekte aan het hart, waarvoor eiser aanzienlijke behandelingskosten maakte van circa €10.000. Eiser stelde dat gedaagde tekort was geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst en vorderde schadevergoeding.
Gedaagde voerde verweer dat partijen eind 2023 een regeling hadden getroffen waarbij gedaagde €800 betaalde ter vergoeding van de heupdysplasiebehandelingen en eiser de hond bleef verzorgen. Deze regeling werd door eiser niet betwist, waardoor de vordering voor de heupdysplasiekosten werd afgewezen.
Ten aanzien van de hartkwaal oordeelde de kantonrechter dat deze ziekte pas ruim 2,5 jaar na aankoop door een dierenarts was vastgesteld en waarschijnlijk genetisch was. Omdat gedaagde de hond vlak voor verkoop had laten onderzoeken zonder hartkwaal te ontdekken, kon de hartkwaal niet aan haar worden toegerekend. Hierdoor werd ook de schadevergoeding voor de hartkwaal afgewezen.
Eiser werd in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op een forfaitair bedrag van €50 aan de zijde van gedaagde. De veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering schadevergoeding afgewezen vanwege bestaande regeling en ontbreken van toerekenbaarheid hartkwaal aan verkoper.