Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- dat de situatie van gisteren is geëscaleerd tussen hem en zijn moeder;
- hij heeft tegen zijn moeder gezegd dat ze moest gaan. Moeder deed dit niet en hij heeft het nog eens gezegd;
- vervolgens rende moeder op hem af en stak hem neer;
- hij zag in eerste instantie niks, maar voelde aan zijn buik. Toen hij bloed zag is hij naar de buren gelopen;
- oma is vervolgens moeder gaan begrenzen.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 juli 2025;
- de aangifte van [slachtoffer 2]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
- wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde van een bedrag van €
1.550,00, bestaande uit € 50,00 materiële schade en € 1.500,00 immateriële schade. De materiële schade en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - wijstde vordering voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
- bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.