Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.Geldigheid van de dagvaarding
op een of meer tijdstippen” [slachtoffer 1] op 21 november 2023 heeft mishandeld en de officier van justitie heeft toegelicht dat zij daarmee doelt op beide mishandelingen die volgens de verklaring van [slachtoffer 1] zouden hebben plaatsgevonden, dus zowel de mishandeling in de woning als de mishandeling buiten. Het is naar het oordeel van de rechtbank aldus voldoende duidelijk waarop de verdenking ziet.
4.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: 6 augustus 2023) ging dit door. Het bleef zich herhalen. Toen ik in de spiegel keek tussendoor, zag ik dat mijn hoofd helemaal opgezet was bij mijn slapen. Als ik erop duwde, deed het pijn. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Je bent nu net een hamstertje”. Ik zag en hoorde dat hij daarbij lachte. Op maandag 7 augustus 2023 werd ik wakker en voelde ik dat ik mijn linker arm niet kon bewegen, deze voelde helemaal verlamd aan. Ik wilde opstaan, maar merkte dat ik niet kon lopen, ik kon niet op mijn benen staan. Uiteindelijk ben ik naar het ziekenhuis in Roermond gegaan met [verdachte] . Daar vroegen ze wat mij was overkomen. Omdat [verdachte] erbij was, durfde ik niet te vertellen dat we ruzie hadden gehad. We hebben allebei verteld dat ik van de trap ben gevallen. Er werd een scan van mijn hoofd gemaakt. Daarna vertelde een arts mij dat ik met spoed naar het UMC te Maastricht moest omdat ze een hersenbloeding hadden geconstateerd. Ik ben een paar dagen later daar geopereerd, omdat ik telkens wegviel en er iets moest gebeuren in mijn hoofd. Na tweeënhalve week ben ik gaan revalideren om weer te gaan leren lopen. In de kliniek durfde ik bij de psychologe uiteindelijk pas te vertellen wat er allemaal was gebeurd en hoe het kwam dat ik deze hersenbloeding had opgelopen. Toen besefte ik dat het moest stoppen. Omdat ik na het revalideren niet meer naar [plaats] wilde, maar thuis bij mijn ouders wilde opknappen, werd [verdachte] boos. Toen heb ik de relatie verbroken. Dat was omstreeks eind augustus. Sindsdien valt hij mij en mijn ouders lastig via WhatsApp. Hij bedreigt zowel hen als mij. Hij is regelmatig blijven bellen, maar we wilden de telefoon niet opnemen. Mijn ouders vonden het beangstigend en zijn melding komen maken bij de politie, samen met mij. Hij heeft mij vaker gebeld en berichten ingesproken. Ik heb niet alle berichten die hij insprak, beluisterd. Ik toon u de genoemde appjes en berichten.
bijlage behorende bij de aangiftevan [slachtoffer 1]
van 3 november 2023zijn berichten gevoegd. In deze berichten staat, onder andere, het volgende:
medische stukken van [slachtoffer 1]. Hieruit blijkt dat zij op 8 augustus 2023 naar de spoedeisende eerste hulp in Roermond is geweest. Daar is onder meer geconstateerd dat zij een subdurale bloeding met midline shift had. [4]
“ [naam vader slachtoffer] jij en je wijf gaan slaag krijgen als ik kom. Je dochter heeft me psychisch geterroriseerd en blijft mee men kloten spelen. Jullie helpen haar daarbij, ik krijg niets afsluiting of antwoorden dat ik verder kan met mijn leven. Ze blijft haar spel spelen. Je kleinkinderen zoek ik ook op en slaag ik verrot. Jullie met mijn gezondheid kloten en door je dochter zit ik in schulden. Wees gerust dat ik jullie ook zal mishandelen als zij met mij gedaan heeft. Ik kom gauw”
Kunt kiezen ofwel belt u dochtertje mij vandaag nog en gaat ze beginnen te praten of ik kom naar jullie en dan slaag ik jullie de kop in. Wat denk je nazi datje zomaar met mensen speelt nee denk het niet. Draag de gevolgen dan maar. Kunde alledrie het ziekenhuis in. En flikken ga maar boeit me niet als ik die verrot moet slaan met alle plezier. Vandaag belt die kleuter mij of ik kom voor jullie drie. En de kleinzoontjes zal ik ook even bezoeken dan en goed wa bijeen kloppen en hun auto's.” [8]
- het afzonderlijk proces-verbaal met proces-verbaalnummer LBRBD24003-7 van 18 november 2024;
- de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2025.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en de maatregel
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- € 1.010,89 aan reiskosten;
- € 4.942,50 aan huishoudelijke hulp;
- € 525,- voor verblijf in het ziekenhuis;
- € 1.850,- aan gemist voordeel;
- € 10.500,- aan geldleningleningen van ouders;
- € 41,- voor het opvragen van een gezondheidsverklaring;
- € 245,- voor een rijbewijskeuring.
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
gelast de terbeschikkingstellingvan de verdachte en beveelt dat de
verdachte van overheidswegezal worden verpleegd;
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de schadevergoedingsmaatregel (t.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 primair, feit 6, feit 7)
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 23.653,05 aan vergoeding van schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over de immateriële schade (€ 20.000,-) met ingang van 21 november 2023 tot aan de dag der gehele voldoening en over de materiële schade (€ 3.653,05) met ingang van 5 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- wijst het meergevorderde aan reiskosten af;
- bepaalt dat de benadeelde ter zake van het gevorderde bedrag van € 1.850,- aan gemist voordeel en het gevorderde bedrag van € 10.500,- ten behoeve van een lening van haar ouders en het meergevorderde aan huishoudelijke hulp niet-ontvankelijk is en dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij in het meergevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk is en dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 23.653,05 aan schadevergoeding, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 153 dagen gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de immateriële schade (€ 20.000,-) vanaf 21 november 2023 tot aan de dag van de volledige voldoening en over de materiële schade (€ 3.653,05) met ingang van 5 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.