ECLI:NL:RBLIM:2025:7734
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijke schorsing procescertificaat asbestverwijdering door Normec
Eiseres exploiteert een bedrijf gespecialiseerd in asbestverwijdering en beschikt over een procescertificaat dat door Normec is afgegeven. Na een audit op 22 december 2022 constateerde Normec meerdere afwijkingen van het Certificatieschema, waaronder het ontbreken van een drietraps decontaminatie-unit gekoppeld aan het containment en tekortkomingen in toezicht en registratie. Op grond hiervan legde Normec een voorwaardelijke schorsing van 90 dagen op.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze schorsing, waarbij de bezwaarcommissie het bezwaar gegrond verklaarde omdat de werkzaamheden volgens hen ten tijde van de audit waren beëindigd en de regels niet meer van toepassing waren. Normec volgde dit advies niet en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres voerde aan dat de audit onjuiste aannames bevatte en dat Normec onvoldoende had gemotiveerd waarom zij afweek van het advies van de commissie.
De rechtbank oordeelt dat Normec terecht en gemotiveerd heeft afgeweken van het advies van de commissie. De situatie wijkt af van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak omdat hier sprake was van een actief containment en de eindbeoordeling nog niet had plaatsgevonden. Het demonteren van de drietraps decontaminatie-unit vóór de eindbeoordeling vormt een overtreding die een direct risico inhoudt voor de veiligheid en rechtvaardigt de schorsing.
De rechtbank concludeert dat Normec bevoegd en zelfs verplicht was om het procescertificaat voorwaardelijk te schorsen. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een strikte toepassing van de schorsing onredelijk maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van kosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de voorwaardelijke schorsing van het procescertificaat door Normec.