Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,2. [gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Limburg
Stichting Weller Wonen verhuurde een woning aan de huurders tegen een maandelijkse huurprijs van €658,56. De huurders voldeden de huur niet tijdig, waardoor een huurachterstand van €1.870,07 was ontstaan tot augustus 2024. Weller startte een kort geding dat leidde tot ontruiming op 13 november 2024 en een veroordeling tot betaling van maandelijkse huur vanaf september 2024 tot ontruiming.
In deze bodemprocedure vorderde Weller ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten. De huurders betwistten de achterstand en stelden dat deze was ingelopen.
De kantonrechter oordeelde dat de huurders sinds september 2024 opnieuw een achterstand hadden opgebouwd van €1.602,49, welke zij niet hadden bewezen te hebben ingelopen. De gevorderde betaling van huur vanaf september 2024 tot ontruiming werd afgewezen omdat deze al in de achterstand waren verdisconteerd. De incassokosten werden afgewezen omdat Weller niet had bewezen dat de veertiendagenbrief was ontvangen door de huurders.
De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst, veroordeelde de huurders hoofdelijk tot betaling van de achterstand met wettelijke rente vanaf dagvaarding en tot betaling van proceskosten van €1.019,76. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurovereenkomst ontbonden en huurders veroordeeld tot betaling van huurachterstand met rente en proceskosten.