Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 juni 2024
- de mondelinge behandeling van 22 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
Woningstichting Servatius vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], ontruiming van de woonruimte en betaling van huurachterstanden en bijkomende kosten. De procedure volgt op een huurovereenkomst uit 2000 en een drugsvondst in augustus 2023, waarna de gemeente de woning sloot.
[gedaagde sub 2] betwist aansprakelijkheid voor huurbetalingen omdat zij niet de huurovereenkomst ondertekende en sinds augustus 2023 niet meer in de woning verblijft. De kantonrechter oordeelt dat zij tot die datum wel medehuurster was, maar daarna niet meer, waardoor haar aansprakelijkheid vervalt.
De rechtbank wijst de vorderingen tegen [gedaagde sub 2] af en veroordeelt Servatius tot betaling van haar proceskosten. Tegen [gedaagde sub 1] wordt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming toegewezen wegens meer dan drie maanden huurachterstand. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke eisen. [gedaagde sub 1] wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst met [gedaagde sub 1] wordt ontbonden en ontruiming bevolen; vorderingen tegen [gedaagde sub 2] worden afgewezen.