Partijen sloten een huurovereenkomst voor een zelfstandige woonruimte met een maandelijkse huur van €950 exclusief servicekosten. De huurovereenkomst werd door eiseres opgezegd wegens dringend eigen gebruik, maar gedaagden gingen hier niet mee akkoord en stopten met huurbetaling vanaf mei 2025.
Eiseres vordert ontruiming van de woonruimte, betaling van achterstallige huur van €2.850,-, een contractuele boete van €10 per dag en proceskosten. Gedaagden stellen dat zij recht hebben op een verhuiskostenvergoeding en stopten daarom met betalen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van minimaal drie maanden voldoende is om ontruiming toe te wijzen, vooruitlopend op ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure. De gevorderde boete wordt afgewezen omdat het boetebeding oneerlijk is en de boete buitenproportioneel hoog is ten opzichte van de wettelijke rente.
Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken, betaling van de achterstallige huur en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.