In deze civiele procedure vorderen eisers de ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde wegens een huurachterstand en betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten. Gedaagde heeft niet tijdig een conclusie van antwoord genomen, waardoor zijn verzoek tot heropening van het debat is afgewezen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand niet is betwist en dat deze tekortkoming rechtvaardigt dat de huurovereenkomst onmiddellijk wordt ontbonden. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen een redelijke termijn van twee weken na betekening van het vonnis.
Daarnaast worden de vorderingen tot betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding vanaf 1 december 2024 tot ontruiming, en de energie- en servicekosten voor de periodes 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022 toegewezen. De kantonrechter vernietigt echter de bedingen in de algemene bepalingen die betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke incassokosten, waardoor deze vorderingen worden afgewezen.
Tot slot wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op €859,44, en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.