Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[vennoot 1] en [vennoot 2],
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] ,
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoekschrift, van [verweerder] ,
- het verweerschrift tegen het zelfstandig verzoekschrift, tevens aanvulling eigen verzoek van [verzoeker] ,
- de door [verzoeker] bij e-mail van 9 mei 2025 overgelegde productie 3,
- de mondelinge behandeling van 13 mei 2025,
- de akte uitlaten bestemmingsplan van [verweerder] met bijlagen van [verweerder] ,
- de antwoordakte van [verzoeker] .
2.De feiten
om de huur van de opslagloods en paardenstal, gelegen aan [adres 4] , per 1 januari 2025 niet te verlengen".
3.Het verzoek en het tegenverzoek
4.De beoordeling
‘De activiteiten van [bedrijf verzoeker] bestaan uit de inkoop en verkoop van hooi, stro en vlas. We zijn een familiebedrijf wat gespecialiseerd is in de productie en vervoer van kleine balen hooi, stro en vlas naar particulieren met paarden en/of ander vee en bedrijven (zoals kinderboerderijen, stichtingen, pension en rijstallen). (…) Ook particulieren die een pakje hooi voor hun cavia of konijn nodig hebben, kunnen bij ons terecht. Speciaal voor deze diergroepen hebben we de “Bunny Bag”. Dit is lang hooi of stro, verpakt in zakken van 2,5 kg. Dus ook voor kleine hoeveelheden lang hooi en stro, kunt u bij ons terecht.’
mogelijkis voor het publiek haar in het gehuurde op te zoeken en dat dat ook gebeurt. Dat betekent echter niet dat de bedoeling van [verzoeker] (of partijen) erop is gericht dat vanuit het gehuurde verkoop aan particulieren plaats vindt. Daarbij speelt met name een rol dat die verkoop slechts vanuit de loods plaatsvindt omdat de vennoten op dat moment min of meer toevallig daar aanwezig zijn (in verband met andere activiteiten) en dat de bedoeling van hun aanwezigheid dus helemaal niet op de verkoop is gericht.