Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 26 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
In deze zaak heeft de kantonrechter te Roermond uitspraak gedaan in een kort geding tussen een verhuurder en een huurder. De huurovereenkomst tussen partijen is per 1 augustus 2025 geëindigd, maar de huurder heeft de woning niet verlaten. De verhuurder vordert ontruiming van de woonruimte, betaling van huurachterstand en medewerking aan een eindinspectie. De huurder heeft een huurachterstand van € 7.200,50 en heeft erkend dat de huurovereenkomst is geëindigd, maar kan de woning niet verlaten omdat hij geen vervangende woonruimte heeft gevonden. De kantonrechter oordeelt dat de gevorderde ontruiming moet worden toegewezen, omdat de huurder zonder recht of titel in de woning verblijft. De kantonrechter wijst de vordering tot medewerking aan de eindinspectie af, omdat de belangen van de verhuurder voldoende zijn gewaarborgd in de algemene bepalingen van de huurovereenkomst. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.