ECLI:NL:RBLIM:2025:8590
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen tijdelijke omgevingsvergunning beachclub vanwege geur- en geluidsoverlast
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een tijdelijke omgevingsvergunning verleend aan vergunninghoudster voor het exploiteren van een terras bij een beachclub nabij hun woning. Zij stelden dat de vergunning in strijd was met de goede ruimtelijke ordening vanwege geur- en geluidsoverlast en mogelijke aantasting van de dijk.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft vastgesteld dat de vergunning niet strijdig is met de goede ruimtelijke ordening. Het college heeft onder meer gewezen op een vergunning van Rijkswaterstaat die bevestigt dat de dijken niet worden aangetast en op akoestisch onderzoek waaruit blijkt dat de geluidsoverlast binnen de normen blijft. Eisers hebben deze onderzoeken niet inhoudelijk weersproken.
Ook het argument dat de vergunning niet op grond van de kruimelgevallenregeling verleend had mogen worden omdat het terras niet volledig tijdelijk zou zijn, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en dat het beroep ongegrond is. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke omgevingsvergunning voor de beachclub wordt ongegrond verklaard.