Partijen hadden een affectieve relatie en hebben gedurende een jaar samengewoond. Na beëindiging van de relatie in oktober 2023 ontstond een geschil over een bedrag van €5.000 dat eiser aan gedaagde in contanten had verstrekt. Gedaagde erkende via WhatsApp-berichten aan de ouders van eiser de terugbetalingsplicht.
Eiser vorderde terugbetaling van de geldlening met wettelijke rente vanaf 20 september 2023 en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde stelde dat het bedrag een schenking was en betwistte de opeisingstermijn. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een geldlening, dat de opeising via WhatsApp-berichten van de ouders van eiser rechtsgeldig was en wees de incassokosten af wegens niet-naleving van formele eisen.
In reconventie vorderde gedaagde materiële en immateriële schadevergoeding wegens diefstal, vernieling auto en bedreiging. Deze vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan causaal verband.
De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de ex-partnerrelatie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.