ECLI:NL:RBLIM:2025:8723

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
8 september 2025
Zaaknummer
11417374 \ CV EXPL 24-5867
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering energielevering en proceskosten door Nieuwestroom tegen afnemer

Nieuwestroom B.V. vordert betaling van € 2.352,56 plus rente en proceskosten van [gedaagde] wegens niet-betaalde stroomlevering over de periode 15 augustus 2023 tot 31 december 2023 aan een adres te [plaats]. [gedaagde] betwist de vordering en stelt geen aanmaningen te hebben ontvangen en dat hij sinds februari 2024 niet meer op het leveradres verbleef.

Nieuwestroom stelt dat aanmaningen naar het woon- en vestigingsadres zijn gestuurd, zoals geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, en dat de dagvaarding op dat adres is betekend. Tevens is er een onterechte afmelding van de aansluiting door een andere leverancier geweest, welke is hersteld en financieel verrekend. Nieuwestroom heeft een teruggave van € 681,41 gedaan na afloop van de leveringsperiode.

De kantonrechter oordeelt dat het verweer onvoldoende is onderbouwd doordat [gedaagde] niet heeft gereageerd op de conclusie van repliek. De vordering wordt daarom toegewezen, inclusief wettelijke handelsrente en proceskosten van € 997,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.352,96 plus rente en proceskosten aan Nieuwestroom.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11417374 \ CV EXPL 24-5867
Vonnis van 3 september 2025
in de zaak van
Nieuwestroom B.V. t.h.o.d.n. Nieuwestroom,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Nieuwestroom,
gemachtigde: Smaal Finance Incasso BV,
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen Nieuwestroom en [gedaagde] is een overeenkomst tot stand gekomen betreffende de levering van stroom op het adres [adres 1] [plaats] .
2.2.
Nieuwestroom heeft [gedaagde] een verrekennota en jaarafrekening verzonden voor de levering van stroom in de periode 15 augustus 2023 tot en met 31 december 2023.
2.3.
[gedaagde] heeft deze facturen niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
Nieuwestroom vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.352,56, bestaande uit de hoofdsom van € 2.045,70 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 306,86, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en stelt dat hij geen aanmaning en geen brieven van Smaal Finance Incasso (hierna: SFI) heeft ontvangen. Volgens [gedaagde] zijn deze vermoedelijk op het leveradres bezorgd. [gedaagde] stelt dat hij sinds februari 2024 niet meer op het leveradres is geweest, aangezien hij zijn onderneming destijds heeft verkocht.
3.3.
[gedaagde] geeft aan een slimme meter van de leverancier Fudura te hebben. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat de vordering onjuist is en dat er € 2.000,00 te veel is gevorderd en hij ontving op 4 april 2024 een teruggave van € 686,41 van Nieuwestroom, en concludeert hij tot afwijzing van de vorderingen van Nieuwestroom.
3.4.
Nieuwestroom heeft hierop gereageerd en gesteld dat de sommatiebrieven zijn verzonden naar zowel het woonadres als vestigingsadres van [gedaagde] ( [adres 2] te [woonplaats] ), zoals dat destijds in het handelsregister van de Kamer van Koophandel was opgenomen. Nieuwestroom heeft [gedaagde] tevens per e-mail verzocht en gesommeerd tot betaling van de facturen. Daarnaast is de dagvaarding op het bekende adres ( [adres 2] te [woonplaats] ) van [gedaagde] betekend, waarop hij zich in de procedure heeft gemeld. [gedaagde] was zodoende op de hoogte van zijn betalingsverplichtingen, aldus Nieuwestroom.
3.5.
Nieuwestroom voert verder aan dat het leveringsadres [adres 1] [plaats] is en dat de levering van stroom op 22 februari 2024 is geëindigd. Daarnaast voert Nieuwestroom aan dat in de periode tussen 10 mei 2023 en 15 augustus 2023 een abusievelijke afmelding van de aansluiting door een andere leverancier, Gulf Gas And Power, heeft plaatsgevonden. Deze ‘onterechte switch’ (OTS) is vervolgens hersteld en de afgenomen energie is tussen de leveranciers verrekend. De verrekennota van € 768,42 van de voornoemde periode is door Nieuwestroom overgenomen en vervolgens bij [gedaagde] in rekening gebracht.
Na afloop van de leveringsperiode heeft Nieuwestroom, op basis van de informatie over het verbruik, aan [gedaagde] een bedrag van € 681,41 betaald.
3.6.
Nieuwestroom merkt tot slot op dat in de optelsom boven de dagvaarding een verschrijving heeft plaatsgevonden en dat het bedrag € 3.285,78 (inclusief de extra kosten) moet zijn. Nieuwestroom verwijst naar punt 10 van de dagvaarding waarin het correct te vorderen bedrag is opgenomen.
3.7.
[gedaagde] heeft hierop – ondanks dat hij daarvoor de gelegenheid heeft gehad – niet meer gereageerd.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Aangezien [gedaagde] niet meer heeft gereageerd op de conclusie van repliek terwijl deze conclusie wel tot een nadere stellingname ter onderbouwing van het verweer noopte, zal de kantonrechter het verweer als zijnde niet voldoende onderbouwd verwerpen.
4.2.
De vorderingen liggen als niet langer weersproken voor toewijzing gereed.
4.3.
Nu [gedaagde] in het ongelijk is gesteld en moet hij daarom de proceskosten (inclusief nakosten) aan Nieuwestroom betalen. De proceskosten van Nieuwestroom worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,84
- griffierecht
372,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
997,84
4.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Nieuwestroom te betalen een bedrag van € 2.352,96, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 2.045,70 vanaf de vervaldata van de facturen
tot de dag van volledige betaling, en vermeerderd met de wettelijke rente over € 306,86 vanaf
3 september 2025 tot de dag van volledige betaling
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 997,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op
3 september 2025.
ns