ECLI:NL:RBLIM:2025:8726

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
8 september 2025
Zaaknummer
11603153 \ CV EXPL 25-1407
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsverplichting en onredelijke incassokosten in consumentenkoop

In deze zaak vordert Budget Thuis betaling van een bedrag van € 123,29 van gedaagde, voortvloeiend uit een consumentenkoopovereenkomst. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst aan de informatieverplichtingen en de redelijkheid van de algemene voorwaarden.

Gedaagde heeft niet gereageerd op de uitnodigingen om zich uit te laten over de betalingsverplichting en de mogelijke vernietiging van bepaalde bedingen. De kantonrechter heeft daarom besloten de betalingsverplichting met 20% te verminderen en een bedrag van € 123,29 toe te wijzen.

De rechter oordeelde dat het beding in het Tariefblad dat buitengerechtelijke incassokosten mogelijk maakt boven het wettelijk toegestane tarief oneerlijk is en vernietigde dit beding. Hierdoor worden de gevorderde incassokosten afgewezen. De rentevergoeding wordt beperkt tot de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

Tot slot wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de toegewezen hoofdsom en wettelijke rente, alsmede de proceskosten, waarvan een deel voor rekening van Budget Thuis blijft. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €123,29 met wettelijke rente en proceskosten, terwijl het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11603153 \ CV EXPL 25-1407
Vonnis van 3 september 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BUDGET THUIS B.V.voorheen genaamd
NUTSSERVICES B.V.,h.o.d.n.
BUDGETENERGIE,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Budget Thuis,
gemachtigde: drs. M.D. Brouwer,
tegen
[gedaagde],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De verdere procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 juni 2025
- de aantekening van de griffier op de rol van 9 juli 2025 dat [gedaagde] niet heeft gereageerd
- de akte van Budget Thuis
- de aantekening van de griffier op de rol van 6 augustus 2025 dat [gedaagde] niet heeft gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsen: informatie verplichtingen
2.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:
- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met
20% te verminderen
- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit
te laten, waarna Budget Thuis in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.
2.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. [gedaagde] heeft niet meer gereageerd.
2.3.
Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 123,29 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.
Ambtshalve toetsing: algemene voorwaarden
2.4.
Bij voormeld tussenvonnis heeft de kantonrechter Budget Thuis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden, waarna [gedaagde] in de gelegenheid zal worden gesteld om een antwoordakte te nemen. Budget Thuis heeft gereageerd bij akte van 9 juli 2025 (hierna: de akte). [gedaagde] heeft niet meer gereageerd.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.5.
In de akte heeft Budget Thuis gesteld dat zij kan erkennen dat de bepaling in het Tariefblad oneerlijk lijkt. Zij heeft echter de incassokosten berekend volgens het wettelijke tarief waardoor, naar haar mening, een mogelijke oneerlijkheid is opgeheven.
2.6.
De kantonrechter volgt de stellingen van Budget Thuis niet.
Dat Budget Thuis in de praktijk de incassokosten heeft berekend volgens het wettelijk tarief is niet relevant. Het gaat erom dat Budget Thuis op grond van de bepalingen in de algemene voorwaarden de mogelijkheid heeft meer kosten dan wettelijk is toegestaan in rekening te brengen en dat de bepalingen het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk kunnen verstoren. In zo’n geval bestaat er daarom geen recht op de gevorderde wettelijke vergoedingen. In de toelichting van Budget Thuis. ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van het beding dan in het tussenvonnis.
2.7.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter het artikel
“Kosten bij te late betaling”van het Tariefblad voor zover dit beding ziet op buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Rente
2.8.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente (= € 35,05) zal worden afgewezen, omdat Budget Thuis die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend.
2.9.
Omdat [gedaagde] in ieder geval vanaf de dag van dagvaarding in verzuim is met betaling van de gesanctioneerde hoofdsom, zal de wettelijke rente vanaf die dag (= 14 maart 2025) worden toegewezen.
2.10.
Gelet op de uitkomst van de procedure, zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten. Nu de vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 123,29 blijft een deel van het griffierecht, zijnde een bedrag van € 205,00 (€ 340,00 -/- € 135,00) voor rekening van Budget Thuis. Het salaris voor de gemachtigde zal worden toegekend op basis van het toegewezen bedrag.
De proceskosten van Budget Thuis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
40,00
(1 punt × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
315,78

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Budget Thuis te betalen een bedrag van € 123,29, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 14 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 315,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2025.
type: JEC