Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een door het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende omgevingsvergunning voor het verstoren van de gewone dwergvleermuis bij de sloop van een gebouw te Spaubeek. Het college verleende de vergunning op 11 juni 2025, waartegen verzoeker bezwaar maakte.
Op 3 juli 2025 vroeg verzoeker een voorlopige voorziening aan. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 augustus 2025 en heropende het onderzoek na het college op 1 september 2025 op bezwaar had beslist. Op 22 september 2025 vond een tweede zitting plaats.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening geen nut meer had omdat het bezwaar inmiddels was afgehandeld. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang en werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.